Koloniale architectuur

VOC-periode, 1600-1800
Zodra de VOC haar gezag in Indië gevestigd heeft, wordt er in Oost Indië gebouwd. Aanvankelijk ligt het zwaartepunt op forten en pakhuizen. De forten vaak in ongezonde koraalsteen. Maar de VOC krijgt de eerste souvereine macht in 1619, zodra Batavia wordt gesticht. Dit wordt een echte Hollandse stad met grachten en trapgeveltjes. De stad is echter zeer ongezond en het stilstaande water bederft er bovendien de lucht. Eind 18e eeuw begint men de zompige kuststreek te ontvluchten en verhuist men gaandeweg naar het binnenland, naar Weltevreden, dat ook tegenwoordig nog het centrum van het moderne Jakarta is. De wijk Weltevreden ontleende zijn naam van het exorbitante rococo-paleis met landerijen, dat er in de 18e eeuw gelegen heeft.

Voorbeelden van VOC-gebouwen zijn het stadhuis uit 1710 (later gouverneurskantoor) en de “Westzijdse” pakhuizen. Het fort Rotterdam bij Makassar geeft een mooi voorbeeld van een echt VOC-fort

Is de bouwstijl aanvankelijk nog gesloten, zonder aandacht voor ventilatie en isolatie, later begint men toch naar de lokale bouw te kijken en wordt de stijl veel meer aangepast aan de tropische omstandigheden. De nieuwe stijlen zijn te onderscheiden in puur Hollandse stijl,  een hybride Hollands-Indonesische stijl en een Indonesische stijl. Vooral deze laatste geeft uitstekend wooncomfort. Van de Hollandse stijl getuigt nog het Huis Reinier de Klerk, dat de stormen van de tijd overleefd heeft en zorgvuldig gerestaureerd is in de jaren 1995-2000.

19e eeuw
Nadat de VOC ophoudt te bestaan, wordt Indië een kolonie. Daendels is de eerste Gouverneur Generaal, die onder het nieuwe Franse gezag in Nederland aangesteld wordt. Hij introduceert in zijn nieuwe paleis de empire-stijl en verplaatst het zwaartepunt van de macht van het oude Batavia naar Weltevreden, een aantal km landinwaarts. Zijn nieuwe paleis wordt nooit bewoond, maar meteen regeringsgebouw. En is dat ook tegenwoordig nog.

De stijl wordt meteen leidend voor alles wat er in de 19e eeuw nog aan officiële bouwwerken wordt neergezet. Nog mooie bestaande hiervan zijn het Paleis in Bogor (Buitenzorg) en de Willemskerk.

De gewone, echte Indische woonhuizen worden vanaf nu heel open opgezet in Indonesische trant maar krijgen wel dit classicistische sausje. Aan de voorkant een woongalerij met zuilen, die een hoog schilddak dragen en daarachter volgens vast stramien het eigenlijke huis met middengalerij en achtergalerij. De daken zelf zijn bedekt met de Hollandse dakpan, nog steeds populair in Indonesië. De galerijen verliezen steeds meer van het statige classicistische karakter. Ze krijgen een extra voorgalerij, bedekt met golfplaat en soms dunne ijzeren kolommetjes. Na 100 jaar is de notie van de klassieke vormen en de kwaliteit geheel vervaagd.

Tekenend zijn de modellenboeken, die uitgegeven werden door de Indische Waterstaat. Ontwerpen van alle soorten overheidsgebouwen liggen daarin vast, inclusief maten, materialen en prijs. De kolonie mag in de lange 19e eeuw vooral niets meer kosten. Het is de tijd van het cultuurstelsel. Heel Java is een winstgevend overheidsproject geworden. De bevolking lijdt onder honger en ziekte onder het gecombineerde juk van Nederlands bestuur en inlandse hoofden.

20e eeuw
Nadat de kolonie in 1870 opengelegd is voor particulier initiatief, ontstaat er een zeer grote economische expansie. Het is de aanzet voor de aanleg van de spoorwegen op Java, van de havenverbeteringen.

Gelijke tred hiermee houdt de overige bouwhonger. Er ontstaat behoefte aan werkelijk alles, aan scholen, kerken, woonhuizen, kantoren, douanefaciliteiten, fabrieken, overheidsgebouwen.

De steden maken een enorme groei door. Dat maakt ook een bestuurshervorming nodig. Niet alles kan meer centralistisch vanuit Batavia geregeld worden. Gaandeweg worden na 1905 steeds meer plaatsen zelfstandige stads-gemeenten. Er ontstaat de noodzaak voor stedenbouwkundige planning (aanvankelijk alleen voor de Europeanen).

Met de “modellenboeken” van de overheid is het uit. De breuk met het geheel gedegenereerde “hellenisme” uit de 19e eeuw kon niet groter zijn. Legerofficieren maken niet langer de dienst uit in de bouw maar echte architecten.

In de jaren twintig ontstaat de discussie over de noodzaak van een eigen Indische architectuur. Drie architecten zijn in dit debat leidend, maar de invloed van deze discussie strekt zich veel verder uit. Aangepast aan de tropische omstandigheden worden de nieuwe bouwstijlen uit de westerse wereld omarmd, Art Deco, de Amsterdamse School, het Nieuwe Bouwen. Ze krijgen in Indië hun eigen vorm. Er wordt vanaf 1910 buitengewoon modern gebouwd. Indië wordt een voorbeeldkolonie. Ook op ander technisch gebied loopt Indië beslist niet achter, zoals bijvoorbeeld de eerste elektrische tram in Batavia in 1899 en de gasdistributie voor huishoudens.

Grote steden als Jakarta, Bandung, Semarang, Cirebon, Surabaya, Palembang en Medan krijgen nu als het ware hun gezicht. Bandung heeft door zijn ruimte en gunstige hoge ligging aspiraties de nieuwe hoofdstad te worden. Overheid, bedrijfsleven en burgers zijn op dit front eensgezind in hun ambities. Bandung wordt het Parijs van Java. Maar de nieuwe hoofdstad is het nooit geworden. Veel is er nog over, maar cultuurbehoud en projectontwikkeling staan op gespannen voet en ook overigens gaat de vergelijking met Parijs al lang niet meer op. Een mooi voorbeeld van de nieuwe architectuur in Bandung is het Gedung Sate (het sate gebouw), in Surabaya het Gouverneurskantoor.

Het Indische Bouwen neemt als architectuur een unieke plaats in. Het is enigszins een containerbegrip want Hollands rationalisme en een een getransformeerde Amsterdamse School vinden er beiden hun plaats in. Juist in de economische centra is er intussen veel gesloopt, ondanks de wettelijke bescherming. Het dekolonisatieproces heeft zijn eigen steentje bijgedragen aan deze sloop. Gelukkig is er ook in Indonesië een kentering gaande. De heritage communities hebben overal wortel geschoten en het is onder rijke Indonesiërs tegenwoordig in om in oude Hollandse villa’s te wonen. Soms ook hebben de vooroorlogse gebouwen voor de Indonesiërs waarde als symbool van de vrijheidsstrijd (1945-1949).