Categorie archief: Geschiedenis

De wonderlijke tegeltableaus van Malang

De Hoofdtoren in Hoorn

Het Pelangi Hotel in Malang dateert uit ca 1919, De De architect is onbekend gebleven. Het hotel heeft in de bersiap-tijd ernstig schade geleden maar is na de revolutietijd wel hersteld, zij het in andere vorm.

Malang, Palace Hotel, ca 1925 (prentbriefkaart)

Bijzonder is een grote serie tegeltableau’s (ca 25), die bewaard is gebleven. Ze zijn vervaardigd in de Plateel Bakkerij Delft, te Hilversum, een bedrijf dat tot 1967 bestaan heeft. De verplaatsing van de tableaus naar hun nieuwe plek is kennelijk niet zachtzinnig gedaan. Er zijn tegels verwisseld, want een puzzle van 15 stukjes is blijkbaar niet eenvoudig. Maar de intentie was goed, zullen we maar denken. De taferelen zijn zo Hollands als het maar zijn kan. Van molentjes, heidevelden, stadsgezichten (Maastricht, Amersfoort, Zierikzee), sneeuw en ijs, industrie tot bollenvelden, van boerenbedrijf op de Veluwe tot in de polder. Het was niet mogelijk ze allemaal te fotograferen, want er waren heel wat opstellingen in de ontbijtzaal gemaakt om ze achter te kunnen verbergen, maar er is altijd wel een ober, die voor een fooi zoveel mogelijk zichtbaar maakt.

Alles bij elkaar is het een unieke verzameling die een blik werpt op alles waar de Hollander buitengaats in die jaren voor stond.

De Nederlandsch-Indische Gas Maatschappij

Indië kende vanaf 1859 stadsgas, toen namelijk de eerste concessie verleend werd voor gasverlichting in de straten van Batavia. Dat gasbedrijf was niet bepaald daverend, en werkte zo oneconomisch, dat in december 1863 de zaken noodgedwongen overgenomen moesten worden. Dat werd een nieuwe privé onderneming die in Rotterdam opgericht werd, de Nederlands-Indische Gas Maatschappij. Anders dan zijn voorganger stond NIGM vooraan in de rij wat betreft moderne, veilige en economische bedrijfsvoering.

Buiten Batavia verkreeg men al snel concessies in andere steden op Java maar ook op Sumatra en Celebes. En men breidde uit naar Curaçao en Paramaribo, en ja, naar Gorcum en Vlissingen, die daarmee opgestoten werden in de vaart der volkeren., hoewel wij altijd geleerd hebben, dat die plaatsen op vaderlandse bodem liggen. Gorcum was in de jaren dertig qua grootte vergelijkbaar met Buitenzorg.

De benodigde steenkool kwam van ver. En zelfs tijdens de “Grote Oorlog” (1914-1918) toen de aanvoer uit het buitenland vrijwel kwam stil te liggen en Indië voor het eerst in de geschiedenis als kolonie geheel op zichzelf aangewezen was,  werden de kolen niet uit Sumatra betrokken maar wist de Gouverneur-generaal een deal met Australië te sluiten.
De Nederlandse huisvrouwen in het tropenland waren overigens moeilijk te bewegen om stadsgas te gaan gebruiken in de keuken. Ze hadden immers genoeg personeel en hoefden zich echt geen zorgen te maken over het huishouden en de kokerij. Toch groeide de omzet spectaculair. Men liep zelfs wel op Nederland vóór.