Categorie archief: Architectuur

De wonderlijke tegeltableaus van Malang

De Hoofdtoren in Hoorn

Het Pelangi Hotel in Malang dateert uit ca 1919, De De architect is onbekend gebleven. Het hotel heeft in de bersiap-tijd ernstig schade geleden maar is na de revolutietijd wel hersteld, zij het in andere vorm.

Malang, Palace Hotel, ca 1925 (prentbriefkaart)

Bijzonder is een grote serie tegeltableau’s (ca 25), die bewaard is gebleven. Ze zijn vervaardigd in de Plateel Bakkerij Delft, te Hilversum, een bedrijf dat tot 1967 bestaan heeft. De verplaatsing van de tableaus naar hun nieuwe plek is kennelijk niet zachtzinnig gedaan. Er zijn tegels verwisseld, want een puzzle van 15 stukjes is blijkbaar niet eenvoudig. Maar de intentie was goed, zullen we maar denken. De taferelen zijn zo Hollands als het maar zijn kan. Van molentjes, heidevelden, stadsgezichten (Maastricht, Amersfoort, Zierikzee), sneeuw en ijs, industrie tot bollenvelden, van boerenbedrijf op de Veluwe tot in de polder. Het was niet mogelijk ze allemaal te fotograferen, want er waren heel wat opstellingen in de ontbijtzaal gemaakt om ze achter te kunnen verbergen, maar er is altijd wel een ober, die voor een fooi zoveel mogelijk zichtbaar maakt.

Alles bij elkaar is het een unieke verzameling die een blik werpt op alles waar de Hollander buitengaats in die jaren voor stond.

De Nederlandsch-Indische Gas Maatschappij (2)

Het hoofdkantoor stond in Rotterdam. In Indië stond onder meer het prachtig onderstation Kobean, in  Batavia, als exponent van het Nieuwe Bouwen, met zijn schitterende belettering. De directeurswoning in Batavia laat zien, dat men uiteraard goed voor zichzelf zorgde. Soms woonde de directeur boven zijn toonzaal, zoals in Soerabaja, wat weer wat minder is maar je wel betrokken houdt bij je product.

NIGM_01

 

NIGM_02

 

directeurswoning

 

directeurswoning_02

Het paleis van Daendels (2)

Om precies te zijn in 1828 werd het paleis door een andere legerofficier afgebouwd in opdracht van de Gouverneur Generaal du Bus de Gisignies. Gold vóór die tijd, voor het hoofdgebouw, volgens een Bataviase dichter:
Verlaten ligt het thans en vuil
En in de voorzaal mijmert d’uil…
Vanaf 1828 kwamen de gouvernementsburelen die nog in een oud landhuis gehuisvest waren naar het nieuwe paleis. Achter het gebouw kwam een tuin, de Tuin Du Bus. Maar dat werd niets. De planten wilden er niet groeien en de Batavianen wilden er niet wandelen.
En voor het gebouw kwam een gedenkzuil, met een “spelend kardoesje”, die de Nederlandse Leeuw moest voorstellen, maar in de wandeling al snel de “Poedel van Coen” werd genoemd. Het plein ging toen meteen Waterlooplein heten. In 1848 verhuisde het Hooggerechtshof uit het paleis naar een nieuw onderkomen, links ervan. Tussen de bomen zijn de zuilen net zichtbaar. In 1869, bij het 250 jarig bestaan van Batavia, werd er ook een nieuw standbeeld opgericht voor de stichter, J.P.Coen. De feestelijkheden vielen echter volledig in het water, want het sterke gerucht ging, dat de Indonesiërs een revolutie zouden ontketenen. Er kwam, buiten het leger dat groots was uitgerukt, niemand opdagen.

paleis_van_daendels_03

 

paleis_van_daendels_04

Het Paleis van Daendels

Van Daendels als persoon is aan zijn tijdgenoten maar weinig goeds opgevallen, anders dan dat hij een “sterke persoonlijkheid” was… Hij regeerde als een wreed despoot. Napoleon was zo verontrust door de slechte berichten die hem uit Indië, bereikten, dat hij Daendels na 3 jaar al weer terugriep naar Holland. Deze was toen in Batavia al begonnen aan zijn megalomane paleis. Dat bestond uit 3 delen, waarvan het middelste en veruit grootste deel voor hemzelf bedoeld was, en de 2 kleine hoekdelen voor de regering. Maar het liep dus anders. God beschikt, gelukkig maar. Ook toen al. Zijn opvolger Janssens trof een lege staatskas aan en liet het enorme gebouw (160 m breed, het grootste overgebleven Hollandse koloniale bouwwerk) noodgedwongen provisorisch afmaken. Er was namelijk geen enkel regeringsgebouw meer in Batavia, omdat Daendels het oude kasteel in de benedenstad al vast had laten afbreken. Het nieuwe gebouw kreeg een nood-dakbedekking van “riet”, die er vervolgens nog 20 jaar op gelegen heeft en pas door de vrome Belg Du Bus de Gisignies rond 1830 werd vervangen door dakpannen. Ontelbare gouvernementsdiensten zijn er gehuisvest geweest, het laatst het Departement van Financiën, wat het nú nog steeds is. Een Spartaanser paleis dan dit hadden tijdgenoten en buitenlandse bezoekers nooit gezien. De schok was des te groter, omdat de statige gevel van alles doet vermoeden. Werkelijk alles, binnen, was goedkoop en simpel. Wel zette het, door zijn neo-classicisme, de toon voor alle architectuur in Indië gedurende de gehele 19e eeuw. Het plein waaraan het paleis ligt, heette aanvankelijk de Paradeplaats. Het was een plek om te zien en gezien te worden, en had volgens de 19e eeuwer de ideale stedelijke gevelwand. Rechts van het paleis lag de Militaire Sociëteit Concordia (vanaf 1836) en links (vanaf 1848) het Hooggerechtshof, alles in classicistische stijl. Op de kleurenlitho uit ca 1840 staat dit laatste gebouw nog niet.

paleis van daendels_01

paleis_van_daendels_02