Boven Digoel (Tanahmerah en Tanatinggi), een vergeten zwarte bladzijde in de koloniale geschiedenis

Tijdens de oorlog hadden de Nederlanders het bepaald niet naar de zin in de Japanse interneringskampen, om het maar voorzichtig te zeggen. En ze hadden gelijk. Maar tegelijkertijd waren ze vergeten, dat ze zelf de uitvinders waren van eigen concentratiekampen, lang voor Stalin. Nadat de schrijver Salim (1) met een lijvig boekwerk deze vergeten geschiedenis had opgerakeld, wordt er tegenwoordig weinig aandacht meer aan geschonken.

Het oudst bekende kamp voor politieke gevangenen is gesticht in de 19e eeuw en bevond zich in de buurt van Banjoemas, Midden-Java. Politieke tegenstanders werden er van een hoge rots geworpen (bron: Koninklijk Instituut voor de Tropen). In de geschiedenisboeken vind je hierover niets terug. Enkele toelichtingen bij oude foto’s laten wat (onvolledig) licht op deze zaak schijnen.

Een speciale traktatie werd bereid voor de tegenstanders van het moderne Nederlandse koloniale bewind, in hoofdzaak Indonesische intellectuelen. We moeten ervoor naar toenmalig Nieuw Guinea, kamp Boven Digoel, in die tijd weken varen van de bewoonde wereld. Net als nu studeerden er voor de oorlog vele Indonesiërs aan universiteiten en hogescholen in Nederland. Na hun academische vorming in Nederland keerden de jonge doctorandussen, meesters en ingenieurs terug naar Nederlands-Indië, waar ze op zijn gunstigst de ondergeschikte konden worden van hun vroegere studievriendjes. Ze hadden in Nederland echter de vrijheid gezien en ervaren, en konden nu niet meer zwijgen. Dat kwam de koloniale regering slecht van pas. Veel afgestudeerden eindigden uiteindelijk voor de rest van hun leven in dit kamp.

Boven Digoel, aan de Digoel rivier, was een zeer afgelegen terrein, in de bossen in het moerassige dal van de rivier, ver van zee. Malaria heerste er alom. In feite bestond Boven Digoel uit verscheidene kampongs. Verder landinwaarts van het oorspronkelijke Boven Digoel (Tanah Merah) lag aan de rivier het Kamp der Onverzoenlijken, Tanah Tinggi. Ook was er een militair kamp. De geïnterneerden moesten het huis bouwen van de assistent-resident, want dit kamp betekende uitbreiding van het  actief bestuurde gebied. Omdat er in de bossen rondom ook een Papoea-stam huisde, werd er meteen ook voor die mensen van alles geregeld: ze kregen een schooltje (buiten het kamp) en een eenvoudig ziekenhuis (binnen het kamp).

Tanah Merah werd gebouwd in 1926 en in gebruik genomen in 1928, na de ongeregeldheden op Sumatra in 1928 (communistische opstanden). De kampen werden ook gebruikt om communisten veilig op te bergen, nadat hun gewone gevangenschap was afgelopen. Aan ontsnappen viel niet te denken. Omheiningen waren niet eens nodig. Krokodillen en rimboe waren afschrikwekkend genoeg. Ook vrouwen en kinderen mochten overkomen. De meesten woonden in grote barakken. Intellectuelen en leiders van kritische (niet eens revolutionaire) bewegingen werden ook wel naar stille Molukse eilanden verbannen, om ze monddood te maken, zoals Sjahrazad, de schrijver van het bekende boek Indonesische Overpeinzingen (2). Verbitterd of haatdragend is hij er trouwens niet eens van geworden. Ook Soekarno had het “genoegen” eerst naar het eiland Flores en later naar Benkoelen op Sumatra te worden verbannen. De Japanse bezetting maakte een eind aan alle verbanningen en kampen.

In het kamp Tanahmerah organiseerden de gevangenen hun eigen culturele leven. In het Kamp der Onverzoenlijken, Tanahtinggi, ontbraken deze initiatieven waarschijnlijk. Maar uiteindelijk werden gevangenen soms gek van eenzaamheid en afzondering.

De bekende en ondernemende dokter Schoonheyt is een tijd aan Boven Digoel verbonden geweest door zijn werk onder de in het bos levende Papoea’s aldaar. Hij deed veel aan de malariabestrijding. Deze betrokken mens is door boze Indische tongen later in een zeer kwaad daglicht gesteld. Pas jaren later kwam zijn volledige rehabilitatie (3).

 

(1)  Vijftien jaar Boven-Digoel, concentratiekamp op Nieuw Guinea; I.F.M. Salim, 1973, Contact
(2)  Indonesische Overpeinzingen; Sharazad, 1945, De Bezige Bij
(3)  Een kwestie van macht; Anthony van Kampen, 1975, Holkema en Warendorf