Auteursarchief: webmaster

De Nederlandsch-Indische Gas Maatschappij

Indië kende vanaf 1859 stadsgas, toen namelijk de eerste concessie verleend werd voor gasverlichting in de straten van Batavia. Dat gasbedrijf was niet bepaald daverend, en werkte zo oneconomisch, dat in december 1863 de zaken noodgedwongen overgenomen moesten worden. Dat werd een nieuwe privé onderneming die in Rotterdam opgericht werd, de Nederlands-Indische Gas Maatschappij. Anders dan zijn voorganger stond NIGM vooraan in de rij wat betreft moderne, veilige en economische bedrijfsvoering.

Buiten Batavia verkreeg men al snel concessies in andere steden op Java maar ook op Sumatra en Celebes. En men breidde uit naar Curaçao en Paramaribo, en ja, naar Gorcum en Vlissingen, die daarmee opgestoten werden in de vaart der volkeren., hoewel wij altijd geleerd hebben, dat die plaatsen op vaderlandse bodem liggen. Gorcum was in de jaren dertig qua grootte vergelijkbaar met Buitenzorg.

De benodigde steenkool kwam van ver. En zelfs tijdens de “Grote Oorlog” (1914-1918) toen de aanvoer uit het buitenland vrijwel kwam stil te liggen en Indië voor het eerst in de geschiedenis als kolonie geheel op zichzelf aangewezen was,  werden de kolen niet uit Sumatra betrokken maar wist de Gouverneur-generaal een deal met Australië te sluiten.
De Nederlandse huisvrouwen in het tropenland waren overigens moeilijk te bewegen om stadsgas te gaan gebruiken in de keuken. Ze hadden immers genoeg personeel en hoefden zich echt geen zorgen te maken over het huishouden en de kokerij. Toch groeide de omzet spectaculair. Men liep zelfs wel op Nederland vóór.

De Nederlandsch-Indische Gas Maatschappij (2)

Het hoofdkantoor stond in Rotterdam. In Indië stond onder meer het prachtig onderstation Kobean, in  Batavia, als exponent van het Nieuwe Bouwen, met zijn schitterende belettering. De directeurswoning in Batavia laat zien, dat men uiteraard goed voor zichzelf zorgde. Soms woonde de directeur boven zijn toonzaal, zoals in Soerabaja, wat weer wat minder is maar je wel betrokken houdt bij je product.

NIGM_01

 

NIGM_02

 

directeurswoning

 

directeurswoning_02

Het paleis van Daendels (2)

Om precies te zijn in 1828 werd het paleis door een andere legerofficier afgebouwd in opdracht van de Gouverneur Generaal du Bus de Gisignies. Gold vóór die tijd, voor het hoofdgebouw, volgens een Bataviase dichter:
Verlaten ligt het thans en vuil
En in de voorzaal mijmert d’uil…
Vanaf 1828 kwamen de gouvernementsburelen die nog in een oud landhuis gehuisvest waren naar het nieuwe paleis. Achter het gebouw kwam een tuin, de Tuin Du Bus. Maar dat werd niets. De planten wilden er niet groeien en de Batavianen wilden er niet wandelen.
En voor het gebouw kwam een gedenkzuil, met een “spelend kardoesje”, die de Nederlandse Leeuw moest voorstellen, maar in de wandeling al snel de “Poedel van Coen” werd genoemd. Het plein ging toen meteen Waterlooplein heten. In 1848 verhuisde het Hooggerechtshof uit het paleis naar een nieuw onderkomen, links ervan. Tussen de bomen zijn de zuilen net zichtbaar. In 1869, bij het 250 jarig bestaan van Batavia, werd er ook een nieuw standbeeld opgericht voor de stichter, J.P.Coen. De feestelijkheden vielen echter volledig in het water, want het sterke gerucht ging, dat de Indonesiërs een revolutie zouden ontketenen. Er kwam, buiten het leger dat groots was uitgerukt, niemand opdagen.

paleis_van_daendels_03

 

paleis_van_daendels_04

Het Paleis van Daendels

Van Daendels als persoon is aan zijn tijdgenoten maar weinig goeds opgevallen, anders dan dat hij een “sterke persoonlijkheid” was… Hij regeerde als een wreed despoot. Napoleon was zo verontrust door de slechte berichten die hem uit Indië, bereikten, dat hij Daendels na 3 jaar al weer terugriep naar Holland. Deze was toen in Batavia al begonnen aan zijn megalomane paleis. Dat bestond uit 3 delen, waarvan het middelste en veruit grootste deel voor hemzelf bedoeld was, en de 2 kleine hoekdelen voor de regering. Maar het liep dus anders. God beschikt, gelukkig maar. Ook toen al. Zijn opvolger Janssens trof een lege staatskas aan en liet het enorme gebouw (160 m breed, het grootste overgebleven Hollandse koloniale bouwwerk) noodgedwongen provisorisch afmaken. Er was namelijk geen enkel regeringsgebouw meer in Batavia, omdat Daendels het oude kasteel in de benedenstad al vast had laten afbreken. Het nieuwe gebouw kreeg een nood-dakbedekking van “riet”, die er vervolgens nog 20 jaar op gelegen heeft en pas door de vrome Belg Du Bus de Gisignies rond 1830 werd vervangen door dakpannen. Ontelbare gouvernementsdiensten zijn er gehuisvest geweest, het laatst het Departement van Financiën, wat het nú nog steeds is. Een Spartaanser paleis dan dit hadden tijdgenoten en buitenlandse bezoekers nooit gezien. De schok was des te groter, omdat de statige gevel van alles doet vermoeden. Werkelijk alles, binnen, was goedkoop en simpel. Wel zette het, door zijn neo-classicisme, de toon voor alle architectuur in Indië gedurende de gehele 19e eeuw. Het plein waaraan het paleis ligt, heette aanvankelijk de Paradeplaats. Het was een plek om te zien en gezien te worden, en had volgens de 19e eeuwer de ideale stedelijke gevelwand. Rechts van het paleis lag de Militaire Sociëteit Concordia (vanaf 1836) en links (vanaf 1848) het Hooggerechtshof, alles in classicistische stijl. Op de kleurenlitho uit ca 1840 staat dit laatste gebouw nog niet.

paleis van daendels_01

paleis_van_daendels_02

Het Indische Alfabet K-L uit Tempo Doeloe

alfabetDe tijd dat iedere Indonesische familie een karbouw had, is wel voorbij. Nu zitten de boeren gewoon op de gemotoriseerde ploeg. Ik vraag me zelfs wel af, of de kinderen er nog weten wat een karbouw is. Kinderen híer weten vaak ook niet beter meer, of de melk komt uit de fabriek… Een loetoeng is een zwarte aap. Ze zijn heel wat zwarter dan op dit plaatje, volgens mijn eigen waarnemingen… Maar misschien was dat te angstaanjagend.